Robbie Kammeijer Rotating Header Image

‘Verhagen wint standenstrijd’

De CDA-fractie blokkeert sinds dinsdagmiddag de formatiepoging, met een intern overleg. “Er is op dit moment sprake van een interne standenstrijd, die voor de hoofdrolspelers de nodige consequenties zal hebben,” analyseert Dr. Harmen Binnema de huidige situatie binnen het CDA. Hij voorspelt: “Met name voor mede-onderhandelaar Ab Klink ziet het er niet gunstig uit.”

Binnema, programmacoördinator en docent Politicologie aan de Universiteit Utrecht, typeert de situatie binnen het CDA als ‘buitengewoon ingewikkeld’. “Klink heeft vooraf stevig ingezet en zal zich niet meer snel achter Verhagen scharen,” zegt hij. Volgens Binnema is het de vraag wat voor regeling de CDA-fractie gaat treffen met Klink. Want dat Verhagen als winnaar van deze ‘standenstrijd’ uit de bus zal komen, acht Binnema aannemelijk. “Het CDA heeft zich in een positie gebracht, waarin ze niet meer terug kan. Uit de formatie stappen, is geen optie meer.”

Zo goed als klaar
Dat slechts één fractielid onder een mogelijke coalitie al een bom kan leggen, moeten het VVD en de PVV voor lief nemen, volgens Binnema. “Voor beide partijen zijn er geen andere opties meer over, zij zullen nog steeds om tafel willen gaan met het CDA.” Inhoudelijk ziet Binnema ook geen problemen meer. “Het regeerakkoord zal onderhand zo goed als klaar zijn,” verwacht hij. “De interne strijd binnen het CDA is het enige probleem dat nu speelt.” De formatiepoging die nu gaande is, zal volgens Binnema buiten enige vertraging dus geen problemen ondervinden van de interne onrust bij het CDA.

Binnen het CDA zullen de problemen daarentegen niet snel opgelost zijn. Ook niet als Klink de weg vrij heeft gemaakt voor een vervolg van het formatieproces, zegt Binnema. Klink is namelijk niet het enige fractielid dat zijn wenkbrauwen optrekt bij deze formatie. Ook Ad Koppejan en Kathleen Ferrier hebben moeite met de onderhandelingen. “Bovendien wordt een mogelijk regeerakkoord nog voorgelegd aan het congres. Dat zal ook de nodige obstakels opleveren.” Ook de Provinciale Statenverkiezingen in maart 2011 zullen voor meer onrust kunnen zorgen. De meerderheid van de drie partijen in de Eerste Kamer is namelijk alles behalve een meerderheid.

Machtsstrijd
Een gigantische val in het zetelaantal en een interne strijd legt het imago van de partij uiteraard geen windeieren, beargumenteert Binnema. Het CDA heeft het zichzelf moeilijk gemaakt, de partij bevindt zich in een situatie waarbij er geen weg meer terug is. “Dergelijke situaties komen het vertrouwen in de partij en de stabiliteit binnen de partij niet ten goede,” zegt Binnema. “Bovendien wijst deze situatie op een machtsstrijd binnen de partij.” Verhagen en Klink worden sinds het vertrek van Jan-Peter Balkenende genoemd als de kroonprinsen van de partij, waarvan er tenslotte maar een de nieuwe koning kan worden.

Voor onderhandelaars Verhagen en Klink zal deze ‘bloedige strijd’, zoals Binnema de situatie noemt, sowieso een smet zijn op hun reputatie. “Het bevestigt het beeld van een op macht uit zijnde Verhagen, voor Klink zal het einde verhaal zijn.” Verhagen weet volgens Binnema dat het CDA alleen kan overleven als regeringspartij, hij wil daarom verder gaan dan zijn collega Klink. “Klink blijft vasthouden aan de overtuiging van het CDA, ondanks dat het zijn kop zal kosten.”

Britse coalitie opent deuren naar nieuw kiesstelsel

29.653.638 Britten brachten op 6 mei 2010 hun stem uit. De Britse Lagerhuisverkiezingen was voor hen aanleiding om naar de stembus te gaan en te stemmen op de partij die hun politieke voorkeur geniet. Ruim tien miljoen stemmen werden gereserveerd voor David Cameron en zijn conservatieve partij, goed voor 306 zetels in het parlement. Twee miljoen stemmen is het verschil met de Labourpartij van Gordon Brown. De liberaal-democraten onder leiding van Nick Clegg konden rekenen op krap zeven miljoen stemmen. Recht evenredig goed voor bijna tweehonderd zetels. Toch mogen er maar 57 partijleden plaatsnemen van Clegg op het pluche van het parlement.

In Nederland zou op een dergelijke rekensom een opgetrokken wenkbrauw volgen, in Groot-Brittannië – en in de Verenigde Staten – weet men niet beter. Hoewel, er gaan steeds meer stemmen op om het kiessysteem aan een verandering te onderwerpen.

Het kiesstelsel in Groot-Brittannië is te vergelijken met dat van de VS. Geen evenredig systeem, maar een districtenstelsel. In totaal zijn er 650 kiesdistricten, die elk één persoon afvaardigen naar het nationale parlement: de winnaar van het district, ongeacht of hij een meerderheid heeft gekregen in het district of niet. Omdat de stemmen op de verliezers niet worden meegewogen in de einduitslag, kunnen die als verloren worden beschouwd. Hierdoor verschillen de percentages tussen behaalde stemmen en zetels in het parlement.

In feite zijn de grotere partijen in Groot-Brittannië in het voordeel bij dit kiesstelsel, de Labour-partij en de Conservatieven. De kleine partijen hebben het nakijken, zij hebben geen kans om de grootste te worden. De Democratic Unionist Party kreeg 168.000 stemmen en acht zetels, de Scottish National Party 491.386 stemmen, maar slechts zes zetels. En nog opmerkelijker: de UK Independence Party kon rekenen op 917.832 stemmen en de British National Party kreeg 563.743 stemmen. Met het evenredige systeem zouden deze partijen recht hebben op respectievelijk twintig en twaalf zetels. Maar de steun voor deze partijen is zodanig verdeeld over heel het land, dat in geen enkel kiesdistrict de partijen als nummer één uit de bus kwamen. Resultaat: nul zetels in het parlement.

Het Britse kiessysteem heeft bepaald niet in het voordeel gewerkt van Nick Clegg. De populariteit van de Nederlandssprekende partijleider van de Liberal Democrats (‘de Britse D66’) groeide en groeide tijdens de campagne. Toch zitten de liberalen de komende periode met vijf leden minder in het Britse parlement (van 62 naar 57 van de 650 zetels). Dat terwijl bijna een kwart van de stemmende Britten zijn stem uitbracht op de oranje partij, één procent meer vergeleken met de vorige Lagerhuisverkiezingen. Een troost is wel dat Clegg de leider van de conservatieve partij en voormalig oppositieleider, David Cameron, mag vergezellen bij zijn tocht naar Downing Street 10.

Het resultaat van 306 zetels voor de conservatieven is namelijk niet genoeg voor een absolute meerderheid in het Britse parlement, daarvoor zijn 326 zetels nodig. Net als in Nederland – waar de absolute meerderheid allesbehalve veelvoorkomend is – moet er dan noodgedwongen gewerkt worden aan een coalitie. Coalitiebesprekingen zijn in Nederland net zo gewoon als in Groot-Brittannië de rode telefooncellen zijn, maar aan de andere kant van de Noordzee was dat in de laatste honderd jaar maar twee keer het geval. Het vorige zogenoemde ‘hung parliament’ dateert uit 1974. Sindsdien steekt er altijd één partij met kop en schouders boven de rest uit. De laatste 13 jaar was dat de partij van Tony Blair en Gordon Brown, de Labour-partij.

Toen voormalig premier Gordon Brown tot de conclusie kwam dat Cameron de voorkeur gaf aan de LibDems niet aan zijn Labour-partij, bracht hij koningin Elisabeth een bezoek. Omdat hij zijn ontslag indiende, werd de weg vrijgemaakt voor Clegg. Dat wil zeggen: er bleef nog maar één partij over voor de Conservatieven om een coalitie mee te vormen. De onderhandelingen voorafgaande aan de coalitie waren lastig, omdat geen van de partijen gewend is met elkaar samen te werken. En juist de hervorming van het kiesstelsel bleek een struikelpunt in de coalitievorming.

David Cameron staat als leider van een grote partij uiteraard niet te trappelen om dit systeem aan te passen, het huidige systeem is tenslotte in het voordeel van grote partijen. Onder de Britse bevolking wordt de roep om een hervorming wel steeds luider. Dat ook Clegg voorstander is van een hervorming, moge duidelijk zijn. Met een rechtevenredig kiessysteem – 1 procent van de stemmen geeft recht op 1 procent van het aantal zetels – zouden maar liefst 92 meer liberaal-d¬emocraten plaats mogen nemen in het Lagerhuis.

Ondanks dat de Conservatieven niet zien in een aanpassing van het kiesstelsel, deden zij water bij de wijn. Niet te veel, toegeven aan de wens van Clegg deed Cameron niet. De drempel op de weg naar een conservatief-liberale coalitie werd weggenomen toen Cameron voorstelde om een referendum te houden over de vernieuwing van het kiesstelsel. Een coalitie met premier Cameron en vicepremier Clegg.

Volgende halte: station Židenice

Brno heeft zijn eigen krachtwijk: Židenice. In de wijk is een compleet verpauperd en leegstaand industrieterrein te vinden en ook het treinstation kan wel een likje verf gebruiken. De muren staan nu vol met graffiti, de omroepinstallatie is een knutselwerkje van twee megafoons. Het enige voordeel is dat je bij vertraging lekker in het gras kan gaan zitten.

Camera en verslag: Robbie Kammeijer en Mandy Duijn

Oorspronkelijk verschenen op:

b'richt uit brno

Samenwerking bibliotheken Utrecht-Oost succesvol in strijd tegen ontlezing

“Wij kunnen concluderen dat de samenwerking het nodige heeft opgeleverd, maar naar ons idee valt er nog meer uit te halen.” Drie bibliotheken in Zeist, Soest en De Bilt werken sinds 2006 samen als Regiobibliotheek Utrecht Midden (RUM), maar bundelen van 2011 de krachten en gaan als één gefuseerde organisatie verder. Hannah De Vos van het Zeister filiaal vecht ervoor geen leden kwijt te raken. “Met de fusie geven we een verdere impuls aan de uitbreiding en professionalisering van de dienstverlening.”

De Zeister bibliotheek is sinds 2006 de drijvende kracht achter de RUM. Samen met de Soester en Biltse bibliotheek werd een overkoepelend orgaan in het leven geroepen, genoodzaakt door de landelijke trend van ‘ontlezing’, een trend die door het Sociaal Cultureel Planbureau wordt onderkend. Twee jaar na de start van de RUM, was er nog geen volle tevredenheid over de resultaten en werd er voor het eerst gepraat over een fusie. Per 1 januari 2011 gaan de drie organisaties als één partij verder.

Leden van de drie afzonderlijke bibliotheken – met ieder twee vestigingen – konden met de komst van hun nieuwe RUM-ledenpas profiteren van de service van zes filialen. Sindsdien kunnen boeken gereserveerd, opgehaald en teruggebracht worden in al deze vestigingen. “Hiermee kregen de leden een grotere collectie lectuur en literatuur tot hun beschikking,” weet De Vos. “Ook werd ons aanbod professioneler en completer door de samenwerking en konden leden in alle vestigingen deelnemen aan activiteiten en cursussen.”

Een dergelijke samenwerking is niet uniek. In de provincie Utrecht bestaan naast de RUM ook de ‘Regiobibliotheek Zuidoost-Utrecht’ (in de gemeentes Utrechtse Heuvelrug, Renswoude, Rhenen en Wijk bij Duurstede), de ‘Bibliotheek Lek & IJssel’ (in Houten, Benschop, IJsselstein, Vianen en Lopik) en de ‘Regiobibliotheek Groene Hart’ (in onder meer Harmelen, Linschoten, Montfoort en Woerden), drie jonge samenwerkingsverbanden tussen bibliotheken die ook de handen ineen hebben geslagen.

Betwist
Indirecte aanleiding voor de samenwerkingsverbanden was de ontlezingstrend. Een trend die zich tientallen jaren geleden inzette in zowel de boeken- als tijdschriftenmarkt, maar ook een trend die betwist wordt. Diverse hoogleraren voeren aan dat juist nieuwe communicatie-middelen een groter aanbod van literatuur en lectuur mogelijk maken. Gilles Doleijn, hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen durft zelfs op de website van de Nederlandse Taalunie te zeggen “Er werd nog nooit zoveel gelezen als nu!”. Toch werd vanuit zowel de provinciale als de landelijke overheid in 2006 de eis gesteld dat bibliotheken meer moesten samenwerking om voor subsidies in aanmerking te komen.

Deze overheidseis vormde de directe aanleiding voor de Zeister bibliotheek om tot samenwerking over te gaan. “We hebben 360 graden rondgekeken, met welke omringende bibliotheken het beste samengewerkt kon worden,” legt De Vos de op de eis volgende werkwijze uit. “Omdat de bibliotheken in De Bilt en Soest het meest op ons lijken, was de keuze snel gemaakt.” Het idee van de RUM is dat door samen te werken, de bibliotheek nieuwe producten en diensten ontwikkelt om leden te behouden. In de eerste jaren kwam volgens De Vos de samenwerking neer op het professionaliseren van de organisatie. “Door gebruik te maken van elkaars kennis zijn onze producten en diensten beter geworden,” oordeelt ze.

Activiteiten
De samenwerking heeft echter niet gerelateerd aan een kentering van de ontlezing. “Sinds 2006 neemt het ledenaantal van de bibliotheken inderdaad niet toe,” verdedigt De Vos, “maar we organiseren wel steeds meer activiteiten, waardoor we meer bezoekers hebben dan als we geen activiteiten meer zouden organiseren.” Bovendien ziet ze dat huidige leden intensiever gebruik maken van de bibliotheken: “We zien een gigantische toename van het aantal reserveringen uit andere bibliotheken, dus klanten maken gretig gebruik van het feit dat ze nu een grotere collectie tot hun beschikking hebben om uit te bestellen.”

Het nieuwste resultaat van de eis van de overheid is de stichting ‘Bibliotheek.nl’. Deze stichting moet de zichtbaarheid van de bibliotheken op internet vergroten en inzetten op een intensievere samenwerking tussen bibliotheken en andere partijen in de culturele sector. Een dergelijke samenwerking is echter al het geval in Soest. Het Soester filiaal ‘IDEA’ is naast een bibliotheek ook een theater en kunstencentrum. Volgens interim-directeur Paul van Royen is die bundeling de kracht van de Soester vestiging. “De combinatie van de verschillende functies maakt IDEA een unieke instelling.”

Kruisbestuiving
Van Royen vertelt trots te zijn op het totale plaatje van zijn vestiging. “De samenwerking met de bibliotheken in Zeist en De Bilt heeft niet alleen effect op de Soester bibliotheek, maar op alle drie de facetten van IDEA.” Hij roemt de RUM en spreekt van een “dynamische kruisbestuiving” in de afgelopen jaren. “We hebben een aantal projecten samen gedaan, dat waren doorgaans heel succesvolle projecten.”

Als een van die succesvolle projecten noemt Van Royen het marketingproject, dat ingesteld werd om leden aan de vestigingen te blijven binden. “Overleven in bibliotheekland valt en staat met hoe actief je bent. Als je blijft afwachten tot mensen komen, dan loopt het mis,” weet hij. “Het was zaak de ontlezingstrend een halt toe te roepen, waarmee we een terugloop van bibliotheekleden hebben weten te voorkomen.” In januari breekt een nieuw hoofdstuk in de samenwerking tussen de drie bibliotheken aan, als de onlangs beklonken fusie werkelijkheid wordt.

Ook De Vos is overtuigd van het voortbestaan van de bibliotheek: “Ik denk dat wij onze klanten sinds de samenwerking meer waar voor hun geld bieden. Hierdoor zal de bibliotheek ook in de toekomst zijn waarde behouden als onmisbare maatschappelijke instelling.”

Knekelkelder trekpleister voor toeristen

Jarenlang lag onder de Sint Jacobskerk een massagraf met vijftigduizend eeuwenoude lijken verborgen. Ruim tweehonderd jaar nadat het laatste lijk zijn plek had gevonden in het knekelhuis, werd in 2001 de ruimte bij toeval ontdekt. Brno is een toeristische attractie rijker.

De catacomben liggen onder de Sint Jacobskerk en het plein voor de kerk. Het is het enige knekelhuis in Brno dat bij de vondst nog redelijk intact was. In totaal zijn er volgens schriftelijke bronnen vier geweest. Uit die bronnen, die pas na de zeldzame vondst zijn ontdekt, blijkt dat alleen al in dit gedeelte maar liefst 50.000 lijken liggen. “Zelfs voor ratten was de stank onverdraaglijk”, weet historicus Ales Svoboda. Dankzij zijn inzet wordt het gangenstelsel toegankelijk voor toeristen. Het complex is inmiddels genomineerd voor de Tsjechische historisch erfgoedlijst.

Woestenij
Overleden inwoners van de stad mochten tussen de 13e eeuw en 18e eeuw slechts twaalf jaar lang begraven blijven op een begraafplaats binnen de stad. Buiten de stad, “in de woestenij”, was niet aan de orde en uit religieuze overwegingen werd er niet gecremeerd. Na die twaalf jaar werden de lijken anoniem naar het knekelhuis gebracht. Volgens Svoboda werd dit door familie beschouwd als een ‘tweede begrafenis’. “Men vond het prettig dat de mannen, vrouwen en kinderen onder de kerk hun laatste rustplaats vonden, beter dan ver buiten de stad.” In de 18e eeuw groeide de stadsbevolking, waardoor keizer Joseph II in 1784 een einde aan de gewoonte maakte. Sindsdien mogen de doden ook buiten de stadsmuren worden begraven.

De afgelopen jaren is het ondergrondse massagraf onder handen genomen en zijn botten onderzocht op afwijkingen. Er zijn felrode en –gele schedels gevonden, die respectievelijk wijzen op de ziektes pest en cholera. Svoboda vindt de vondst van groot historisch belang. “Het is belangrijk te laten zien hoe destijds werd omgegaan met het einde van het leven.” Een eventueel religieus belang acht hij ondergeschikt. Het is ook niet meer mogelijk om botten per lijk bij elkaar te leggen, omdat het te laat is voor DNA-onderzoek.

Respect
Over twee jaar kunnen toeristen een kijkje nemen in de knekelkelder. Er zullen ook oude grafstenen en gevonden sieraden worden tentoongesteld. Uit “respect voor de doden” zal de ruimte niet onbeperkt toegankelijk zijn voor toeristen. Groepen van twintig personen zullen slechts vijfentwintig minuten onder begeleiding van een gids worden toegelaten.

De vier knekelhuizen zijn nog maar een fractie van de totale ‘underground’; onder de hele stad bevinden zich gangenstelsels. Zo werd twee jaar voor de vondst van de skeletten, in 1999, onder het Dominikánské-plein een van de oudste gotische kelders onder de stad gevonden, die stamt uit de Middeleeuwen. De kelders hoorden bij een inmiddels verwoest gebouw op het plein, waarin munten werden geslagen. Toeristen kunnen vanaf komende herfst in deze catacomben terecht, waarin oude machines en resten van het gebouw te bezichtigen zijn.

Brussel
Meer dan de helft van de kosten die gemoeid zijn met het openstellen van de underground, wordt betaald uit Europese fondsen. Het geld uit Brussel is gebruikt voor het in oorspronkelijke staat herstellen van de gangenstelsels en investeringen in de veiligheid. Er was het risico dat gedeeltes zouden instorten. Bovendien wordt een deel toegankelijk gemaakt voor mensen in een rolstoel. Volgens Radek Rericha, als administrateur van de gemeente Brno betrokken bij het project, was de openstelling van het ondergrondse complex zonder de steun van de Europese Unie niet mogelijk geweest.

Het ‘underground’-project was een langgekoesterde wens van het Culturele Centrum Brno, omdat het hier om een uniek stukje geschiedenis van Tsjechië gaat, zegt Rericha. “We zijn niet de eerste Tsjechische stad die een ‘underground’ openstelt, maar hier hebben we vanwege de grootte zelfs de mogelijkheid om ruimtes te gebruiken voor educatieve doeleinden of culturele evenementen.” Het moet in de toekomst ook mogelijk worden om ruimtes af te huren voor feesten of congressen.

Het is volgens Rericha niet de bedoeling dat de underground een nieuwe goudmijn voor de stad wordt. “Het zal niet veel opbrengen. Het imago van de stad plaatsen we voorop.” Hij verwacht dat door het openstellen van de underground meer toeristen naar Brno zullen afreizen. “Het geeft een extra dimensie aan het historisch centrum. Uiteindelijk moet het project net zo belangrijk worden als het Špilberk-museum. Brno heeft een nieuwe bezienswaardigheid om trots op te zijn.”

Foto’s: Laurie van Dam

Oorspronkelijk verschenen op:

b'richt uit brno